verplaatsen. door het landschap
3294
wp-singular,portfolio_page-template-default,single,single-portfolio_page,postid-3294,wp-theme-bridge,bridge-core-2.6.9,qode-page-transition-enabled,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,paspartu_enabled,qode_grid_1300,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-25.4,qode-theme-bridge,disabled_footer_bottom,wpb-js-composer js-comp-ver-6.6.0,vc_responsive,elementor-default,elementor-kit-60

verplaatsen. door het landschap

 

De ultieme reis betekent voor mij het doorkruisen van landschappen, met mijn schetsboek in de hand, waar de natuur zich voor mijn voeten uitstrekt. Mijn reis gaat vaak noordwaarts. Naar landen als IJsland, Ierland en Schotland, maar bij voorkeur reis ik door Scandinavië.

 

Ik probeer altijd langere afstanden door het land af te leggen, met het openbaar vervoer, maar delen ook wandelend. Tussen die afstanden in verblijf ik meerdere dagen op één plek van waaruit ik bijzondere architectuur kan bezoeken, of waar ik kan verblijven in een nationaal park.

Door op deze manier te reizen zie je hoe plekken in het landschap op grotere schaal met elkaar verbonden zijn en hoe het landschap geleidelijk aan verandert naarmate klimaat, geologie en geografie variëren. Je voelt hoe nietig we als mens eigenlijk zijn. Door langer op dezelfde plek te blijven is er daarnaast meer ruimte om het specifieke karakter van de omgeving beter te ervaren. Je voelt daardoor de sterke relatie tussen het eeuwenoude, uitgestrekte landschap en de architectuur die daarin, soms haast onverstoorbaar, verankerd lijkt te zijn.

 

Ik vind het natuurlijke landschap fascinerend als je bedenkt hoe lang dezelfde rotsformaties weer en wind doorstaan. Of het feit dat ieder bos in principe miljoenen jaren oud kan worden. Die notie van tijd is voelbaar als je je in de Scandinavische natuur begeeft en heeft mijn opvatting over architectuur sterk beïnvloed.

Ik zie architectuur als een continuering van het natuurlijke landschap: langzaam gedijend, traag bestaand, zich inpassend en meebewegend. Waar plekken worden vormgegeven die eigen zijn aan hun ecologische context, maar samen ook een ononderbroken, harmoniërend geheel vormen. Daarin ligt een behoud of evenwicht verscholen van een leefomgeving die een herstelde en vernieuwde eenheid vormt met de natuurlijke landschappen en ecosystemen. Waar ruimte ontstaat die niet alleen door de mens, maar ook door andere soorten ingenomen kan worden en waar we ons opnieuw verbonden voelen met de specifieke plekken in dat landschap. Een stabiele en betekenisvolle ecologische ruimte die zo langdurig kan blijven voortbestaan.

Ook de Scandinavische architectuur wordt gekenmerkt door die intrinsieke relatie met het landschap; gebouwen harmoniëren met de natuurlijke omgeving en zijn vaak zorgvuldig ingepast middels de principes van eenvoud, functionaliteit, het spel van daglicht en gebruik van natuurlijke materialen.

De bekende begraafplaats Skogskyrkogården in Stockholm is doordrongen van sensitiviteit voor de natuur. Gunner Asplund’s Skogskapellet, de eerste kapel van de begraafplaats, staat middenin het aanwezige dennenbos. Het schuine dak, dat uit houten shingles bestaat met een boomstam als nok, wordt omhoog gehouden door houten kolommen die het ritme van bomen in de diepe portiek van de kapel doorzet. Het continueert de besloten, schaduwrijke beleving van het bos en staat in poëtisch contrast met het interieur dat met licht wordt gevuld.

In Scandinavië wordt al dan niet op vernieuwende wijze gebouwd volgens de eigen bouwtradities. Bouwtradities die zijn ontstaan vanuit het aanwezige landschap zoals de rijke traditie in houtbouw. Zo liet Peter Zumthor zich voor het Allmannajuvet Zinc Mine Museum inspireren door de Noorse mijnbouw die werd gedomineerd door houtconstructies.

Natuurlijke materialen worden vaak eenvoudig toegepast en blijven zowel in het exterieur als het interieur zichtbaar. Zo ook bij de architectonisch verwante kerken Sankt Petri Kyrka in Klippan en Markuskyrkan in Stockholm – ontworpen door Sigurd Lewerentz. Ze stralen iets existentieels en onverzettelijks uit doordat de gebouwen in zijn geheel in rauwe, gestapelde baksteen gevangen zijn en ruimtes van binnen naar buiten in elkaar overlopen. Alsof het geheel uit de klei ter plekke is opgetrokken.

 

De meest bijzondere reis door Scandinavië maakte ik een tijd geleden. Ik reisde van Stockholm in het zuiden van Zweden, naar Tromsø, een stad in Noorwegen die boven de poolcirkel is gelegen. Hoe noordelijker ik trok hoe langer de dagen door de middernachtzon, totdat de zon ’s nachts niet meer onderging.