patio’s. holtes. nissen
3241
wp-singular,portfolio_page-template-default,single,single-portfolio_page,postid-3241,wp-theme-bridge,bridge-core-2.6.9,qode-page-transition-enabled,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,paspartu_enabled,qode_grid_1300,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-25.4,qode-theme-bridge,disabled_footer_bottom,wpb-js-composer js-comp-ver-6.6.0,vc_responsive,elementor-default,elementor-kit-60

patio’s. holtes. nissen

 

Patio’s, holtes en nissen zijn in staat microklimaten te creëren binnen een groter geheel aan ecosystemen en habitats. Hierdoor ontstaan plekken die op grotere en kleinere schaal beschutting bieden; zowel voor de mens, maar vooral ook voor een grotere rijkdom aan plant- en diersoorten. 

 

De getekende doorsnede over een duinenlandschap onderzoekt hoe verblijfsplekken van mensen kunnen samengaan met verblijfsplekken voor bepaalde plant- en diersoorten die in dit landschap leven. Daarnaast bestudeert ze hoe de verschillende landschappen het architectonische karakter van deze verblijfsruimtes kunnen bepalen.

De verblijven bieden beschutting en een bijzondere ruimtelijke beleving van het landschap voor de mens. Daarnaast spelen ze in op de abiotische klimaatcondities, bodemtypologie en watercondities zodat ze in staat zijn om geschikte broed-, voedsel- en verblijfcondities te creëren voor de belangrijke diersoorten van een ecosysteem.

 

Het betreffende duinenlandschap bestaat uit drie verschillende habitattypen: witte duin, grijze duin en natte duinvallei. In ieder van dit landschap zijn een aantal verblijfsplekken gepositioneerd die bestaan uit een aaneenschakeling van dezelfde eenheden. Iedere eenheid bestaat uit een binnenruimte die zich om een patio vouwt. De positionering en schakeling van deze eenheden wordt bepaald door de landschappelijke structuren. Ze volgen de vorm, hellingshoek en morfologie van het onderliggende landschap zodat de effecten van zon, schaduw, water en wind minimaal veranderen. Iedere eenheid bevat door de patio een beschut buitenklimaat. De opgedikte muren aan de zuidwestzijde zijn voorzien van holtes en nissen, met hun opening aan de luwe en droge zijde, waar specifieke diersoorten beschutting vinden. Het water vindt zijn weg over de begroeide daken, wordt op plekken vastgehouden als waterbron om te drinken en infiltreert op trage wijze in de grond. 

 

Doordat de witte duin hoger en steil is, zijn de verblijfsplekken hier boven elkaar gesitueerd. Op deze manier bieden de ruimtes uitzicht op zee en sluit het aan bij het weidse karakter van het landschap. 

De grijze duin is glooiender waardoor de verblijven niet boven elkaar, maar naast elkaar zijn gelegen. Rug aan rug geschakeld op ongelijke hoogte vanwege de glooiing. De verzonken ligging tussen de lage duinen zorgt voor een omsloten karakter waarbij ook het uitzicht verzonken is. 

De natte duinvallei is vlakker en kan onder water lopen in natte perioden. De verblijfsplekken zijn verheven om zo droog boven het water te blijven. De woningen zijn hier los van elkaar gesitueerd waar je tussendoor kunt lopen, passend bij het meer open karakter; met tussen de verblijfsplekken doorzichten naar het water.

Naast het vormgeven van geschikte ecologische condities, speelt ieder ontwerp met verschillende ooghoogtes ten opzichte van het maaiveld, met de mate van openheid en geslotenheid en gekaderde doorzichten naar, en uitzichten op de omgeving. 

 

Deze handgetekende doorsnede visualiseert de overtuiging dat architectuur als verlengde van het landschap ontworpen kan worden; dat ook gebouwen ecologische relaties en verbanden met hun omgeving aangaan; en dat architectuur een cruciale rol kan vervullen in het verrijken van ecosystemen voor een stabiele en houdbare leefomgeving.