De stedelijke theetuin deelt het huidige hof op in kleinere, intieme tuinen van ongeveer tien bij tien meter. De ruimtes worden afgebakend door met klimop en vuurdoorn begroeide houten lamellen. Binnen ieder tuinvak vindt de huismus alle condities die hij nodig heeft voor een gunstige leefomgeving. De ruimtes van de theeschenkerij, die gebouwd zijn met hout, zijn gerangschikt rondom deze omsloten tuinpatio’s.
De ruimtes bevinden zich met name aan de zuid- en westkant van de tuinpatio’s waardoor meer windluwte ontstaat in de tuinen. Tussen deze gebouwen en de houten lamellen bevindt zich dichte begroeiing waar de mussen naartoe kunnen vluchten in geval van gevaar en waar de niet broedende huismussen kunnen overnachten. De ruimtes zijn aan de noordoostzijdes voorzien van openingen die de huismus toegang geeft tot nestgelegenheid. Tevens wordt het regenwater op het dak opgevangen en afgewaterd in ondiepe waterbassins in de tuinen.
Iedere ruimte heeft een unieke atmosfeer waarbij de mussen en de stedelijke omgeving op een andere manier ervaren kunnen worden. De wandelaar waant zich steeds in een andere tuinatmosfeer met overvliegende, broedende en foeragerende vogels. De vogelenzang en getsjilp van de huismussen komt
de bezoeker tegemoet vanuit de dichte begroeiing tussen de lamellen en vanuit de nesten in het plafond van de houten constructies. De plek om te overnachten heeft een eigen private buitenkamer waar de bestaande treurbeuk de ruimte overdekt met zijn hangende takken. Het deels verzonken theehuis en de overdekte zitruimte zorgen ervoor dat het maaiveld zich op ooghoogte bevindt waardoor men onder het genot van een kopje thee de huismussen op een unieke manier van dichtbij kan waarnemen.