ecofield.
19
wp-singular,portfolio_page-template-default,single,single-portfolio_page,postid-19,wp-theme-bridge,bridge-core-2.6.9,qode-page-transition-enabled,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,paspartu_enabled,qode_grid_1300,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-25.4,qode-theme-bridge,disabled_footer_bottom,wpb-js-composer js-comp-ver-6.6.0,vc_responsive,elementor-default,elementor-kit-60

ecofield

Ecofield is een nieuwe strategie om ecosystemen in Nederland te versterken door middel van architectuur die specifiek voor dier- en plantensoorten is ontworpen.

 

Het huidige biodiversiteitsbeleid Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) focust zich op de natuurgebieden en negeert daarmee de potentiële bijdrage die het stedelijk weefsel kan leveren aan de Nederlandse biodiversiteit.

In plaats van het scheiden van stad en land behandelt Ecofield ze als één ecologische ruimte. De ruimte wordt in zijn geheel als ecologisch benoemd, omdat ecologie omschreven wordt als de interactie van biotische (levende) en abiotische (levenloze omgevings-) factoren. De nieuwe strategie beschouwt architectuur als abiotische omgevingsconditie zodat de gebouwde omgeving niet alleen een geschikte leefomgeving wordt voor mensen, maar ook voor planten en dieren.

 

De strategie is toegepast in de ecologische ruimte van Haarlem tot aan de kust, met onder meer het stadscentrum, de duinen van het Zuid-Kennemerland en de Noordzee. Een recreatieve en contemplatieve wandelroute kruist dit gebied waarlangs acht verblijven zijn ontworpen. Hier vinden mensen, planten en dieren hun beschutting. Elk verblijf is een geschikte broed-, voedsel- en verblijfconditie voor de belangrijke diersoorten van de betreffende habitat. Hierdoor kunnen deze ‘sleutelsoorten’ zich tot een stabiele populatie ontwikkelen, bij groei verspreiden en vele andere soorten weer aantrekken. Tegelijkertijd bieden de verblijven een rustplaats voor de wandelaar. Ieder ontwerp biedt de mogelijkheid om een nacht door te brengen en heeft een contemplatief programma zoals de stedelijke theetuin waar vogels nestelen of de getijdenkapel omringd door mossels.

Het creëren van deze habitatcondities resulteert in een architectuur die samensmelt met het landschap en zich steeds weer met een andere atmosfeer manifesteert. De architectuur bestaat uit patio’s, holtes en nissen waar een vogel kan broeden, een bloemzaadje kan ontkiemen
of de wandelaar beschut een boek kan lezen. Het ondergaan van het landschap door wandeling en verblijf genereert een bewustzijn van de ecologische ruimte en wordt versterkt door variërende doorzichten naar het landschap, afwisseling van open- en geslotenheid, daglicht en schaduw en overgangen tussen binnen- en buitenklimaat.

 

Als architectuur in staat is onderdeel te worden van dit abiotische landschap, zal zij een sleutelrol gaan vervullen in de samenhang van ecosystemen, waarin alle habitats, mensen, dier- en plantensoorten met elkaar zijn verbonden in één ecologische ruimte.